Naar het noorden

Het is donderdag 18 juni en we vertrekken van Mt. Little Station nu definitief, het was een geweldige tijd. Maar er is een tijd van komen en een tijd van gaan. We hebben vrijdag afgesproken bij ‘The Shack’. Een vakantiehuisje van Peter en Kellie op Weerona Island. Omdat we meer warmte en zon willen en toch liever Northern Territory ontdekken dan het koude Zuid Australië kiezen we er voor om nogmaals een self-isolatie te doen.

De regels van quarantaine zijn versoepeld in Northern Territory en je mag nu zelf de plek uitzoeken, daarbij kost het nu niet meer $ 2500 AUD per persoon, wat in het verleden wel zo was.

Het plan is om via Melrose, Weerona Island, Port Augusta en Coober Pedy in Alice Springs aan te komen om wederom de self-isolatie te doen voor twee weken. Ditmaal helaas niet op een prachtige plek, zoals Mt. Little Station, maar op een Caravan Park.

De route van Mt. Little Station naar Alice Springs

We rijden komende dagen een stuk over de weg die van Port Augusta naar Darwin gaat, dit is de 2.834 kilometer lange Stuart High Way. Een lange weg die dwars door het midden van Australië gaat.

Mount Remarkable

Donderdag 18 juni in de ochtend heeft Maaike nog even geholpen bij het huis gereed te maken voor de gasten die vandaag komen, voor het gehele weekend. Rond half 11 vertrekken we naar Melrose. Rond 12 uur zijn we ingecheckt in een cabin op een camping  in Melrose. We willen nog niet in de kou slapen en kiezen er daarom voor om in deze cabin te slapen.

We zijn nog op tijd om naar de top van de Mount Remarkable te hiken. We starten rond 13:30 uur en het is een twee uur durende wandeling naar de top. Het is zo’n 7 kilometer heen en terug is het wederom 7 kilometer. Helaas hebben we op de top geen mooi uitzicht gehad door de vele bomen, maar door de zonsondergang is de terugweg des te mooier. De hike naar Mt. Remarkable is een hike van 2 uur omhoog en 2 uur naar beneden. Kleine stukjes zijn steil, maar het is voornamelijk veel lopen. Het was een leuke hike met kangaroos onderweg, maar zo bijzonder als de hikes van Mt. Little Station was het niet. Rond half 6 zijn we weer terug en genieten we van de warmte in de cabin.

Naar ‘The Shack’

We hebben vrijdagmorgen afgesproken bij ‘The Shack’. Een huisje dat Peter en Kellie hebben gekocht op Weeroona Island. Een schiereiland, zo’n 100 km ten noorden van Adelaide. Voornamelijk in de zomer gaan zij hier heen, als het op de boerderij tussen de 40 en 50 °C is en bij het huisje ongeveer 35 tot 40 °C met wat wind.

In de ochtend eerst nog inkopen doen bij Kmart in Port Pirie voor de self-isolatie in Alice Springs, verf, spelletjes, tekenpapier, een puzzel en nog meer dingetjes om de dagen door de komen.

Rond half 2 komen we aan bij de The Shack, waar we al snel een paar vishengels uitgooien. Peter heeft na 20 minuten dubbel beet, 2 vissen in één keer op de twee haakjes die aan zijn hengel zitten.

Maaike neemt zijn hengel over en Maaike heeft ook na 5 minuten beet! Wat een grote vis.

Een kwartier later heeft Maaike weer beet, alweer een dikke vis. En nog één iets later. Ik zeg dat ik pas wat ga vangen als Todd ook hier is.

Niet veel later arriveren de moeder en broer van Kellie, om ons te vergezellen. De broer, Todd was ook met het ‘June long weekend’ op de boerderij. Na zo’n 5 minuten nadat Todd er is, heb ik ook mijn eerste vis.

En snel later nog één. Totaal hebben we zo’n 12 vissen die Peter even later zal fileren. Deze vissen eten we de volgende ochtend op brood als ontbijt. Heerlijk, deze zelf gevangen vis.

Maaike is met 4 vissen, de ‘fish queen’ vandaag!

Rond half 6 rijden we naar Port Pirie waar we hebben gereserveerd in een sportbar restaurant. Lekker gegeten en weer terug naar The Shack, waar we het kampvuur aanzetten om goede verhalen van de afgelopen twee weken boven tafel te halen. We slapen vanavond in Paco, die we naast het huisje geparkeerd hebben. Het is koud, maar met de extra dekens prima te doen.

De volgende ochtend nemen we dan toch echt afscheid van ze.

We vertrekken rond 12 uur om eerst even boodschappen te doen in Port Augusta waar we alvast lunch en ontbijt halen voor komende dagen, om vervolgens door te rijden naar Pimba. Het is namelijk  een lange rit door de Outback, waar we weinig supermarkten tegen zullen komen.

In Port Augusta, nemen we een kort kijkje in het Wadlata Outback Centre, waar info over de Aboriginals vermeld staat. We zijn er kwart voor 3, 3 uur gaat hij sluiten. Helaas, maar het toch even kort gezien.

We rijden door de outback, verlaten, geen boerderijen maar wel wat vrachtauto’s, vaak met 3 of 4 trailers achter zich. Rond 5 uur komen we aan in Pimba, waar we slapen en avondeten hebben bij het pompstation. ‘Spud’s Roadhouse: fuel, sleeping and food.’ Verder is er helemaal niets in de omtrek van Pimba.

Een lekkere burger met friet en vroeg slapen in een standaard saaie kamer in het motel.

Coober Pedy

De volgende ochtend vroeg weg naar Coober Pedy, zo’n 250 kilometer verderop. We komen hier al rond 13 uur aan en scoren eerst wat wifi bij de plaatselijke bibliotheek. Omdat we in Pimba geen wifi hadden en we dus nog geen overnachtingsadres hebben gevonden. We gaan hier wederom in een motel slapen.

Na het inchecken in Opal in het hotel motel, rijden we een rondje door de stad. We reserveren alvast een plekje bij de plaatselijke Pizzeria voor vanavond.

Vervolgens rijden we naar Old Timers Mine & Museum. Hier gaan we een grot in waar de eerste opal mine is van Coober Pedy. Coober Pedy staat bekend om de Opal, Opal is een edelsteen, net zoiets als diamant.

 

Heel bijzonder om dit te zien in Coober Pedy. Ook gaan we naar de kerk die onder de grond is. Vervolgens door naar een kroeg die onder de grond is en ook nog een galerij, met allemaal historische foto’s van Coober Pedy. Vele gelukszoekers kunnen hun eigen stukje grond aanvragen en gaan hier graven. Met wat geluk vind je kleine of grote stukken opal en kun je deze verkopen of in een eigen sieraad stoppen.

In de avond gaan we uit eten bij John’s Pizzeria in de hoofdstraat van Coober Pedy. Reserveren was niet nodig geweest, maar het is er wel druk, omdat ze ook bezorging doen. We zien vele pizza’s weggebracht worden of opgehaald worden door klanten.

In de avond gaan we vroeg slapen, aangezien we morgen een lange rit voor de boeg hebben.

Rit naar Alice Springs

Het is maandag 22 juni, we vertrekken deze morgen echt vroeg, om kwart over 6 gaat de wekker en om kwart voor 7 zitten we al in de auto. Dit keer voor de 683 kilometer lange tocht naar Alice Springs, waar we de self-isolatie gaan doen voor Northern Territory.

Het is nog donker en zien daarom ook de zonsopkomst, welke super mooi is vandaag. Misschien wel vaker zo mooi, maar dan liggen we nog te snurken.

Na twee en een half uur rijden komen we bij Marla, een klein plaatsje met een camping en pompstation en wat andere gebouwen.

In deze 250 kilometer hebben we 3 vrachtwagens en 1 auto als tegenligger gehad en we zijn ingehaald door twee politieauto’s. Verder op deze weg, 2 kangaroos en 50 koeien gezien. Pech hier onderweg wil je niet echt hebben, want je komt hier niet zo snel weg.

In Marla is weinig te beleven, dit is de laatste stop voor de grens. We tanken nogmaals de Pajero vol, nemen een koffie mee en rijden door over de uitgestrekte gebieden. Het is nu zo’n 18 graden overdag met wat bewolking, waar we gister nog af en toe regen hadden is het vandaag de gehele dag droog, gelukkig.

Road trains

Vaak komen we ‘road trains’ tegen. Vrachtwagens met 3 of 4 trailers. Zo ook deze 6 road trains achter elkaar. Het lijken dezelfde vrachtwagens, maar de nummerborden zijn toch echt anders.

Na zo’n 4 uur rijden, komen we bij de grens tussen South Australia en Northern Territory.

De pizza van gister was echt verrukkelijk en rijk belegd, waardoor we de pizza niet op hebben kregen. Maar in de auto een stukje pizza is ook lekker.

Grens overgang

Bij de grens moeten we nog wat gegevens invullen, waaronder de plek van bestemming en we vertellen hoe de route zal zijn. Het is een vriendelijke politieagent die ons begrijpt en hij vertelt dat Northern Territory zeer de moeite waard is om te bezoeken.

We rijden weer zo’n 10 minuten verder en de wolken verdwijnen direct als we de grens over gaan. De trui kan ook uit en de korte broek kan aan. Nog ongeveer 250 kilometer tot aan de Big4 in Alice Springs. We zijn er ‘bijna’.

Opeens komt er een politieauto van voren, hij gebaart dat we van de weg af moeten. We denken, “wat is dit?”

Ik zet de auto aan de zijkant, want je weet maar nooit. Nog geen minuut later komen er nog twee auto’s met zwaailichten, waar op staat ‘Oversize’. Er volgen twee supergrote vrachtwagens met enorme graafmachines, die beide rijstroken van de weg innemen.

 

Zo’n twee uur later komen we aan in Alice Springs, waar we 2 weken moeten verblijven op ongeveer 50 m2. Van tevoren flink wat eten ingeslagen en hopelijk kunnen we ons twee weken vermaken.

De self-isolatie begint.

Tot snel.

Eén gedachte over “Naar het noorden

  1. Hallo Bart en zijn ‘fish queen’,

    Wat heerlijk dat je van je zelf gevangen vis kunt genieten. Wat een geweldig grote vrachtauto’s rijden daar op die lange eenzame wegen.
    Dat jullie met z’n tweeën op 50m2 twee weken moeten vertoeven wordt wel een goede relatie-test!!

    Groetjes van heit en mem

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven