‘Rondje’ in de Outback

De twee weken zitten er op en daarom draaien wij dit nummer als we weer onderweg zijn.

We zitten in de auto naar Uluru, wat 450 kilometer verderop ligt. We rijden het eerste stuk over de weg, waar we ook Alice Springs binnen kwamen. De eerste 200 kilometer hebben we dus al gezien, maar omdat we vanaf de andere kant komen lijkt het toch anders. We rijden komende 6 dagen een ‘rondje’ door de Outback, eerst naar Uluru, vervolgens naar Kings Canyon en dan via Palm Valley terug naar Alice Springs.

De route:

Het is dus een lange tocht, totaal zullen we meer dan 1300 kilometer rijden. En direct al een 450 kilometer van Alice Springs naar Uluru. Op zo’n 30 kilometer voor de bestemming zien we Uluru al! De hele grote steen die je al vanaf een afstand kunt zien.

Een 100 kilometer eerder zagen we ook al één grote steen uit het niets, je denkt: hé Uluru, maar dat is niet waar. Dat is Mount Conner.

Rond half 5 komen we aan bij het Uluru Resort. Hotel, appartementen en camping in één, allemaal voor toeristen die voor ‘The Rock’ komen. Het resort is net een groot dorp, supermarkt, kapper en wat andere kleine shops zijn ook aanwezig.

Even de zonsondergang bekijken op een heuvel in het midden van het resort. Vanaf hier kun je goed Uluru zien en ook aan de juiste kant, zodat we de zon in de rug hebben. Morgen zullen we een ronde maken om de steen en hopelijk de zonsondergang van nog dichterbij te bekijken wat super mooi kan zijn.

Uluru van dichtbij

De volgende morgen worden we koud wakker, het was namelijk 0 graden rond 4 uur in de nacht en ook rond half 8 is het nog koud. Om 8 uur is de zon alweer op en warmt de tent snel op. We ontbijten met yoghurt en muesli en bereiden ons voor op de ronde om Uluru.

We willen er om 10 uur zijn om een walking tour mee te maken, waarin de gids zal vertellen over Uluru.

Als we aankomen om half 10 bij de ingang van het park horen we dat de tour niet doorgaat ivm met Corona. Helaas. Voordeel is dat het National Park gratis entree heeft, wat normaal gesproken $ 25 (€ 15) per persoon is voor drie dagen.

Na een 10 minuten rijden komen we bij het eerste uitkijkpunt, een parkeerplek, waar we de enige zijn en waar we heel wat (te) gekke foto’s kunnen maken.

Na een volgende 10 minuten rijden komen we aan bij de andere kant van de steen, waar we het rondje zullen starten. In zo’n 3 uur lopen we rond Uluru. We maken vele foto’s en genieten van de zon die grotendeels van de route op ons schijnt.

Na een kwartier komen we bij de Gorge, waar helaas geen water in staat. Verderop komen we ook langs het punt waar altijd een route met paaltjes en ketting heeft gestaan om the rock op te klimmen. Om Uluru zo goed mogelijk te bewaren is deze kabel weggehaald en nu verboden om de Ayers Rock (hoe hij ook wordt genoemd) te beklimmen.

Op de route hebben we ongeveer 20 andere mensen gezien en we beseffen wederom maar weer hoe speciaal het is om in deze gekke tijd te reizen.

Na het rondje, rijden we naar het sunset en sunrise viewpoint. Dit is een prachtige plek waar je Uluru op afstand kunt bekijken. Ook hier is het rustig, we chillen hem ongeveer drie kwartier en niemand anders komt hier in deze tijd. Normaal gesproken staan er hier tientallen, of honderden toeristen. We besluiten om naar het volgende viewpoint te rijden, waar we vanochtend ook prachtige foto’s hebben gemaakt. Zo hebben we de zon in de rug en wordt Uluru op z’n mooist, hopen we.

Sunset Uluru

Rond half 4 komen we aan bij het sunset viewpoint, dit keer op de plek voor de bussen, omdat dit iets hoger is dan de autoparkeerplaats. We hebben een prachtig uitzicht en genieten van een wijntje, omdat het heel speciaal is!

Hier komen drie andere auto’s die ook deze plek hebben gekozen om de zonsondergang te bekijken.

Nadat de zon onder is, rijden we naar de camping, waar we in het donker ons avondmaal moeten bereiden.

De Olga’s (Kata Tjuta)

De tweede ochtend is het minder koud geweest, gelukkig. Gister hebben we genoeg van de grote steen gezien, en al helemaal genoeg foto’s gemaakt, daarom is het vandaag tijd voor de Olga’s ook wel Kata Tjuta voor de Aboriginals. 36 grote stenen bij elkaar, zo’n 50 kilometer ten westen van Uluru. Een uurtje rijden en dan twee hikes doen. Eerst een korte van ongeveer een half uurtje naar de Gorge, helaas staat deze ook droog net als gister.

Vervolgens door naar een hike van ongeveer 3 uur, welke midden door de grote rotspartijen heen gaat. De stenen zijn niet groter, maar wel hoger dan Uluru, wat geweldige ver’gezichten’ oplevert.

Kata Tjuta, betekent ‘many heads’, wat natuurlijk de 36 grote stenen zijn.

Na het rondje is het alweer drie uur en rijden we rustig naar het sunset viewpoint, op een kwartiertje rijden. Hier om half 4 zijn we de enige, het is een prachtige en vooral rustige plek om de Olga’s te bekijken. We zetten daarom ons tafeltje met stoeltjes uit en genieten van een wijntje in de felle zon. Ook zitten er veel vliegen bij ons. De afgelopen dagen hier en daar een vlieg, maar nu zijn het er een stuk meer.

Voorkant waar we op uit kijken:

Achterkant waar de zon onder gaat:

Rond half 6 komen twee andere stellen en een gezin van vier ook naar deze prachtige plek. Om 6 uur komt weer die mooie rood/oranje gloed op de stenen, zoals we die gister bij Uluru ook hebben gezien.

Om half 7 is het mooi geweest en vertrekken we als laatste terug naar de camping. Het is nog zo’n uur terugrijden en komen net als gister in het donker terug. Gister hebben we voor twee dagen gekookt, dus vanavond even de pasta opwarmen in de pan en klaar zijn Maaike en Bart.

Kings Canyon

De volgende ochtend verlaten we het nationaal park Uluru-Kata Tjuta en rijden we naar Kings Canyon. Eerst nog even ($ 1,80 per liter) tanken en een brood, kip en 4 appels bij de plaatselijke IGA halen.

Onderweg is het wederom prachtig, uitzichten over de natuur van de Outback, de één zou het saai vinden, wij vinden het leuk hier te rijden. Met een Man, man, man de podcast vliegt de tijd voorbij.

Het is ongeveer 3 uur rijden, een kwartier voor Kings Canyon is er de Kathleen Spring Walk. Een pad van anderhalf kilometer naar de zijkant van het gebergte. Het is een doodlopend pad waar Aboriginals vroeger dieren, zoals Emus en Kangaroos opjaagden om te vangen. Aan het einde is er een spring, waar ook nu water in zit. Zelfs als het hier niet regent voor weken is er hier water voor dier en mens.

We rijden verder naar de camping Kings Canyon resort wat tevens de enige camping is, op deze 40.000 km2. We bereiden het eten en voordat we de rijstmaaltijd gaan eten, bekijken we eerst de zonsondergang. Vanaf een klein platform kunnen we de zonsondergang bekijken van het gebergte, waar we morgen zullen gaan lopen. Er zijn hier zo’n 40 mensen die met ons mee kijken. Nog niet veel, als je bedenkt dat er plek is voor wel 500 mensen op deze camping.

Door de maan bij de Uluru camping is het sterren kijken daar niet heel goed gegaan. Althans, het sterren kijken wel, maar de foto’s maken niet. Hier is er geen maan te zien, waardoor we prachtige foto’s van de sterren maken. En dat met onze mobieltjes…

Kings Canyon Rim Walk

De volgende ochtend een lekker havermout ontbijtje rond 8 uur en door naar de Canyon Rim walk waar we om half 11 mee beginnen.

Het is één van de mooiste hikes die we hebben gedaan. Eerst lopen we door de Canyon, van zo’n anderhalf kilometer heen en weer. Soms stroomt hier water, nu was het droog waardoor we goed de beek konden zien. Vervolgens klimmen we naar de rand van de Canyon, zo’n 15 minuten redelijk steil omhoog. Eventjes zwaar, maar we krijgen direct een mooi uitzicht. Als we boven zijn, lopen we langs de rand van de canyon, sommige stukken wil je niet naar beneden kijken, want één misstap en je ligt beneden. Nergens zijn ook hekjes geplaatst, maar vaak wel bordjes met ‘dangerous cliffs’.

Na een uur boven langs lopen, komen we bij allemaal gekke ronde stenen toppen. Het is lastig te beschrijven hoe het er uit ziet, maar het is allemaal zo groot en zoveel. Soms zegt een foto meer dan 1000 woorden, maar deze natuur is niet in een foto te zien, maar alleen goed te zien als je er echt bent.

Na wat foto’s van de gekke stenen, komen we bij een punt om via een trap naar beneden te lopen. We staan midden in de canyon en gaan over de beek die er soms stroomt. Aan het einde van de droogstaande beek, is er wel een klein watertje. Ook is er veel groen te vinden, wat door het huidige water toch nog goed kan leven. We klimmen aan de andere kant weer de canyon uit en lopen nog zo’n 3 kilometer terug over de rand van de canyon. Ook aan de andere kant, krijgen we een mooie uitkijk op de canyon, de andere kant van steen is steil en geeft iets speciaals.

De laatste 2 kilometer is over de stenen waar veel groen groeit. Het voelt alsof we door de jungle lopen over gekke mooie rotsen. Tijdens het lopen waren er wel veel vliegen aanwezig, zo ook toen we de zelfontspanner aan ging zetten op 10 seconden en ik net last had van wat vliegen op m’n hoofd.

Rond kwart voor 2 zijn we klaar met het rondje en rond 2 uur alweer terug bij de camping. Hier genieten we van de zon en doen een spelletje Beverbende.

Rond half 6 verplaatsen we ons naar de achterkant van de camping, waar we weer de zonsondergang mooi kunnen bekijken. Eerst half 7 eten om vervolgens aan het kampvuur te zitten. Maaike hoort opeens geritsel en schijnt de zaklamp er op. Een Dingo!

Deze wilde honden zijn er heel veel in deze omgeving. Niet heel gevaarlijk, maar ze willen eten afpakken op het moment dat de zon onder is. Soms kunnen ze gevaarlijk zijn, als je natuurlijk jouw net bereide maaltijd niet wilt geven en de dingo’s er echt om blaffen.

Sterren kijken lukt deze avond helaas niet door de wolken. Morgen wederom een stukje rijden over de 100 kilometer 4wd road naar Palm Valley. Zin in!

In de ochtend, horen we geblaf, we zien een dingo weg gejaagd worden door de campinghond. Deze hond zorgt er voor dat de wilde honden niet op de camping welkom zijn.

Mereenie Loop

We halen bij de receptie nog de $ 6,00 permit, om over de 4wd weg te rijden. Zo’n 100 km lange weg, met alleen maar gravel. Ze noemen het de Mereenie loop, omdat het dicht langs het dorp Mereenie gaat. Het is één van de mooiste wegen waar we hebben gereden. Midden in de Outback, wat het echt speciaal maakt. Af en toe een andere auto en twee groepen met wilde paarden gezien, in de verte.

Aan beide kanten zien we veel rotsen en we eindigen de 4wd weg, bij het begin van de westelijke MacDonnell Ranges, dichtbij Hermansburg. Het is nog zo’n 40 kilometer op asfalt, totdat we net voor het plaatsje Hermansburg rechtsaf slaan.

Wederom een 4wd weg, nu 22 kilometer door een droogstaande rivier en over hobbels en stenen, naar Palm Valley.

Het einde van de ‘weg’ is in het nationaal park, waar het verboden is om hout te sprokkelen voor het kampvuur. Daarom van tevoren een keer stoppen om wat takjes en stronkjes in de auto te doen. Veel ruimte hebben we niet over, maar het past altijd.

We rijden door op de 22 kilometer lange 4wd weg.

Palm Valley

4 kilometer voor de Camp Valley carpark zien we een ouder stel lopen, we stoppen even voor een praatje. Ook zijn we net bij een erg klein steil stukje, wat met de auto bijna niet kan. De man zegt dat we nog tot aan de gorge, ongeveer één kilometer verder, goed kunnen door rijden, maar dan beter kunnen lopen naar de carpark, waar het begin van de Valley Walk zal zijn.

We rijden de kilometer en parkeren de auto om vervolgens te lopen.

Over de weg, wat dwars door de vallei over de rivier gaat, zien we ook stukken waar onderkanten van auto’s zijn geschaafd, maar beter dat we de auto iets verderop geparkeerd hebben. Na zo’n 20 minuten lopen komen we bij de carpark en hier start de hike, echt.

Midden door Palm Valley, waar vele hoge palmbomen staan. Het is grappig dat er hier zoveel staan, in het midden van Australië waar niemand ze zal verwachten. Ook is er eindeloos water voor de palmbomen, wat uit de springs komt, dat is ook de reden dat ze hier blijven bestaan. Het is een walk van ongeveer een uur en als we terug komen bij de auto is het alweer half 5 geweest.

Door naar de Palm Valley Campground, zo’n 2 kilometer terug over de hobbelende weg, waar we overnachten. Hier staan zo’n 7 á 8 andere auto’s, redelijk veel voor een plek als deze in deze tijd.

We genieten van de zonsondergang bij de plek en maken alvast een vuurkorf. Een man die we eerder de dag spraken komt naar ons toe en vroeg of we nog veel verder hebben gereden. Ook laat hij ons weten dat het verboden is om ‘firepits’ zelf te maken. We moeten hier één van de vuurkorven gebruiken. Na het eten doen we een rondje op zoek naar een vrije vuurkorf. Yes, gelukkig, er is nog maar één vrij aan de andere kant van de camping. We lopen er heen met stoeltjes en gesprokkelde hout waar we genieten van de sterren die steeds helderder worden.

Terug naar Alice Springs

De volgende morgen worden we vroeg wakker en ik ga rond 7 uur de tent uit om de zonsopkomst te bekijken die mooi op de bergen schijnt.

Rond half 8 komt Maaike er bij en komt de zon ook daadwerkelijk boven de bergtoppen uit. We pakken de spullen en rijden nog even naar een Kalarranga Lookout om nog een mooi uitzicht te krijgen over het gebied.

Vervolgens rijden we door, 22 km over de 4wd weg en vervolgens over de verharde weg, het laatste stuk naar Alice Springs, waar we rond 3 uur aan komen in het hostel net buiten het centrum. We leggen onze spullen op de kamer en gaan vervolgens met de auto Alice Springs in. Naar een sportsbar waar wat gezelligheid is en we drinken er een biertje en doen een hapje. Vervolgens naar de Woolworths voor de boodschappen voor morgen.

De volgende dag bezoeken we in het centrum twee verschillende galerijen over Aboriginal Art. Schilderijen die de Aboriginals maken en verkopen via deze winkels. We krijgen uitleg over de werkwijze en wat de verschillende vormen kunnen betekenen. Vervolgens rijden we door naar de oostkant van de MacDonnell Ranges. De bergketen die aan de zijkant van Alice Springs staat. We bezoeken hier twee verschillende ‘gaps’. Waar twee kanten van de bergketen een tussenstuk hebben, waar even geen bergen staan, maar waar alleen zand ligt.

Na deze plekken is het alweer half 5 en we kijken nog even op de Anzac Hill, voor een uitzichtpunt, waar tevens een monument staat. Hierbij krijgen we een prachtig uitzicht over Alice Springs.

Vervolgens terug naar ‘huis’ waar we een grote pan rijst, kip en groente bereiden. Voor twee dagen hebben we eten gemaakt, waar we morgen ook nog van kunnen genieten in Devils Marble.

Morgen vertrekken we naar het noorden. 350 kilometer verderop ligt Devils Marble, een plek waar we weer zullen kamperen. Het zal met elke 100 kilometer noordelijker, zo’n 1 graden warmer worden in de nacht. Nu is het rond de 5 graden in de nacht, Darwin op 1500 kilometer verderop is het zo’n 20 graden in de nacht.

Darwin is onze eindbestemming met Paco en met nog een dikke maand in het vooruitzicht en het lekkere weer, hebben wij zin om naar het noorden te rijden.

Tot snel.

Eén gedachte over “‘Rondje’ in de Outback

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven